De toeslag-gevarenzone: EUR 656 overhouden van EUR 5.000 extra inkomen
Toen ik de adviesmodule voor inkomensplanning aan het bouwen was, viel me iets op in de rekenmodellen: in een bepaald inkomensbereik levert meer verdienen je bijna niets op. Niet door hogere kosten, maar doordat toeslagen wegvallen terwijl je belasting stijgt.
Het kabinet zegt dat werken moet lonen. Arbeidsmarktdeskundigen zeggen al jaren dat fiscale maatregelen weinig effect hebben op deeltijders. De reden zit in de rekensom.
Waar zit het probleem?
Toeslagen zoals zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget zijn allemaal afhankelijk van je toetsingsinkomen. Hoe hoger je inkomen, hoe lager je toeslagen. Dat is logisch, dat snap je.
Maar wat de meeste mensen niet doorhebben is hoe die afbouwpercentages zich opstapelen. Ruwweg tussen EUR 29.736 en EUR 40.857 toetsingsinkomen bouw je tegelijkertijd zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget af, bovenop de inkomstenbelasting en de afbouw van de algemene heffingskorting. Die percentages tellen op.
Een concreet voorbeeld
Neem een alleenstaande ouder met twee kinderen onder de 12, in een huurwoning van EUR 650 per maand. Toetsingsinkomen: EUR 32.000 per jaar. Die persoon besluit meer te gaan werken en verhoogt het inkomen naar EUR 37.000.
Van die EUR 5.000 extra gaat eerst belasting af. Dat is normaal, daar rekent iedereen op. Na belasting en heffingskortingen houd je ongeveer EUR 3.072 over.
Maar dan beginnen de toeslagen te dalen. Op jaarbasis: zorgtoeslag EUR 686 minder, huurtoeslag EUR 1.350 minder, kindgebonden budget EUR 380 minder. Totaal verlies aan toeslagen: EUR 2.416 per jaar.
Wat je overhoudt van EUR 5.000 extra bruto: EUR 656.
Dat is een effectieve marginale druk van 87%. Van elke extra verdiende euro houd je 13 cent over.
Wat betekent dat in uren?
Stel die EUR 5.000 extra komt uit meer uren werken. Bij een uurloon van EUR 20 bruto zijn dat 250 extra uren per jaar, oftewel een dag per week. Na alle afbouw houd je EUR 656 over. Dat is EUR 2,62 per extra gewerkt uur.
Onder het minimumloon voor je extra uren.
Voor wie is dit relevant?
Dit raakt niet iedereen, maar voor een paar groepen is het extra belangrijk om dit te weten:
- Parttimers die overwegen meer uren te werken. Het kabinet wil dat deeltijders meer gaan werken. Maar als die extra uren je toetsingsinkomen de gevarenzone in duwen, houd je bijna niets over van het extra salaris.
- ZZP’ers die zelf invloed hebben op het moment waarop ze factureren of kosten maken. Je kunt onbewust je inkomen precies in de zone duwen waar de marginale druk het hoogst is.
- Mensen die van een uitkering naar werk gaan. De overgang kan er financieel slechter uitzien dan verwacht, juist door die toeslag-afbouw.
- Mensen met wisselend inkomen. Een goed jaar kan achteraf duurder uitvallen dan je dacht als je toeslagen moet terugbetalen.
De “niet halverwege” regel
De praktische les: de gevarenzone is de slechtste plek om te zitten. Je wilt er ofwel onder blijven, ofwel er ruim bovenuit komen.
Als je toetsingsinkomen net onder EUR 29.736 zit, is het slim om te kijken of je het daar kunt houden. Als je er al boven zit, loont het om door te groeien tot voorbij het punt waar de toeslagen volledig zijn afgebouwd. Het tussengebied is waar elke extra euro het minst oplevert.
Fiscale knoppen
Er bestaan fiscale instrumenten die je toetsingsinkomen kunnen verlagen zonder dat je minder verdient. De jaarruimte voor pensioenopbouw is er daar een van. Door pensioen op te bouwen verlaag je je toetsingsinkomen, wat je toeslagen kan beschermen. Het geld is niet weg, het staat op je pensioenrekening.
Dit is geen advies om dat te doen, want het hangt af van je hele situatie. Maar het is goed om te weten dat die knop er is.
Waarom “werken moet lonen” niet werkt
Eerlijk is eerlijk: het is beter geworden. De kinderopvangtoeslag is in 2026 losgekoppeld van inkomen (96% voor iedereen tot EUR 56.000), en de huurtoeslag is soepeler gemaakt met een lineaire afbouw. De overheid heeft bewust de ergste pieken eruit gehaald.
Maar 87% marginale druk is nog steeds absurd. Arbeidsmarktdeskundigen wijzen er al jaren op: zolang inkomensafhankelijke toeslagen zich opstapelen, verandert het draaien aan belastingknoppen weinig aan de rekensom voor individuele huishoudens. De micro-economie is iets heel anders dan het macro-beleid.
Reken het door voor je eigen situatie
De toeslagafbouw verschilt per huishoudsamenstelling, woonsituatie en welke toeslagen je ontvangt. De bedragen in dit artikel zijn gebaseerd op de 2026-parameters, maar de uitkomst voor jouw geval hangt af van je persoonlijke situatie.
In Mijn Advieswijzer kun je je eigen situatie doorrekenen. Dan zie je waar jouw inkomensgrens ligt en hoe hoog jouw marginale druk is.